top of page

Laatst herzien op: 

15 september 2026

Bokashi emmer kopen of zelf maken? De eerlijke afweging

Zelf een bokashi emmer bouwen kost ongeveer vijftien euro aan emmers tegenover zestig tot honderd euro voor een kant en klare set. Toch stappen veel zelfbouwers na een paar maanden alsnog over. Deze gids legt uit waar dat aan ligt, wat je echt bespaart, en waarom de starter de enige post is die je nooit zelf maakt.

Twee plastic emmers met deksel en een boormachine naast een kant en klare bokashi emmer met kraantje

Door de redactie van Bestereviews.nl

 

Twee vragen die op elkaar lijken

 

Wie zoekt op zelf een bokashi emmer maken, krijgt bijna altijd artikelen over iets anders: hoe je bokashi maakt, dus het proces van fermenteren in een emmer die je gewoon gekocht hebt. Dat zijn twee verschillende vragen. De eerste gaat over de emmer als bouwwerk, de tweede over wat je erin doet. Deze gids behandelt de eerste vraag, en pakt de tweede alleen mee voor zover hij de keuze beinvloedt.

 

Het proces is namelijk in beide gevallen identiek. Je snijdt keukenresten in stukken van hooguit vijf centimeter, strooit ongeveer twintig milliliter starter op de bodem, brengt een laag van vijf centimeter afval aan, verdeelt daar veertig milliliter starter over, drukt stevig aan en sluit het deksel. Herhalen tot de emmer vol is, dan twee weken laten staan. Welke emmer je gebruikt, verandert daar niets aan. Wat er wel en niet in mag, staat in onze gids over wat er in een bokashi emmer mag.

 

Wat kost zelf maken?

 

De materiaallijst is kort. Twee stapelbare emmers van ongeveer tien tot twintig liter met een deksel dat luchtdicht sluit, een boor om gaatjes in de bodem van de bovenste emmer te maken, en bij voorkeur een kraantje voor onderin. Wie emmers uit de bouwmarkt haalt, zit rond de vijftien euro. Heb je al emmers van verf of waspoeder staan, dan kan het bijna gratis.

 

Daar staat tegenover wat een complete set kost. In het huidige aanbod lopen die van ongeveer 55 euro voor een eenvoudige starterset tot 115 euro voor een designmodel van gerecycled materiaal, met de meeste complete duo-sets tussen de 70 en 90 euro. In die prijs zitten twee emmers, een zeefbodem, een kraantje, een persplaat, een maatschep en bij veel sets een kilo starter. De actuele prijzen per model staan in onze toplijst met bokashi emmers, en de volledige kostenopbouw per jaar in wat een bokashi emmer kost.

 

Het prijsverschil is dus reeel: vijftien euro tegenover zeventig tot negentig. De vraag is wat je voor die zestig euro extra krijgt, en dat blijkt in de praktijk minder om materiaal te gaan dan om de vier details hieronder.

 

Reken ook de tijd mee, al is dat geen geld. Zelfbouw kost een middag: emmers zoeken die op elkaar passen, gaatjes boren, een kraantje inzetten en het geheel testen. Gaat het in een keer goed, dan is dat een leuke middag. Gaat het mis, dan koop je alsnog een set en heb je de middag er gratis bij gehad. Dat risico is precies waar de meningen uiteenlopen: wie graag klust noemt het geen risico maar de lol van het project.

 

Gekocht of gebouwd, punt voor punt

 

OnderdeelGekochte setZelf maken
Twee emmersKant en klaar in de setLos kopen, passend deksel zoeken
AftapkraantjeIngebouwd, direct dichtZelf boren en afdichten, lekrisico
ZeefbodemAanwezigGaatjes boren in de binnenemmer
Persplaat en maatschepMeegeleverdZelf improviseren
Starter bij leveringVaak een kilo meeAltijd los bijkopen
Emmers loskrijgenRand houdt ze losKlemmen vast onder druk
Tijd tot je begintUitpakken en startenEen middag zoeken en klussen
Terugkerende kostenAlleen starterAlleen starter
Als het misgaatGarantie via de verkoperOpnieuw beginnen

 

De rij die in de praktijk het zwaarst weegt, staat halverwege: emmers loskrijgen. Gekochte emmers hebben een rand die voorkomt dat ze in elkaar zakken. Twee gewone emmers hebben dat niet, en het gewicht van het afval duwt ze zo vast dat je ze met geen mogelijkheid los krijgt. Wie het sap dan wil aftappen, heeft een tweede persoon nodig.

 

De vier valkuilen van zelfbouw

 

Ten eerste het deksel. Het moet luchtdicht sluiten, want zonder zuurstofarme omgeving fermenteert er niets en krijg je rotting. Tegelijk moet het open kunnen zonder dat je de hele emmer optilt. Dat klinkt eenvoudig, maar het is precies waar zelfbouwers op vastlopen: een deksel dat goed sluit, zit vaak zo vast dat dagelijks gebruik irritant wordt.

 

Ten tweede het kraantje. Je boort een gat onderin en zet er een kraantje met rubberen afdichtring in. Zit die ring niet strak, dan lekt het sap langs de rand op je keukenvloer. Sommige zelfbouwers slaan het kraantje over en gebruiken een dubbele emmer waarbij de bovenste gaatjes heeft; het sap zakt dan naar beneden en je haalt de bovenste emmer eruit. Werkt prima, tot de emmers vastklemmen.

 

Ten derde de zeefbodem. Zonder gaatjes blijft het vocht in het afval staan en verzuipt de onderste laag. Boor je te veel of te grote gaten, dan zakt er afval doorheen en vervuil je het sap. Een matje of een stuk fijn gaas op de bodem helpt, maar dat moet je wel bedenken.

 

Ten vierde de maat. Emmers van tien liter lopen bij een gezin binnen twee weken vol, en dan moet de tweede al klaarstaan. Wie met een enkele emmer begint, staat twee weken stil zodra hij vol zit. Reken dus vanaf het begin op twee stuks, ook bij zelfbouw.

 

Aan de andere kant van het maatvraagstuk zit juist een argument voor zelfbouw. Wie een moestuin heeft en met volumes van dertig liter of meer wil werken, vindt in de winkel weinig betaalbaars: de grote containers met kraantje lopen richting de tweehonderd euro. Een vat met een goed deksel en een zelf ingezet kraantje kost een fractie daarvan. Hoe groter het volume, hoe gunstiger zelfbouw uitpakt; voor de keukenemmer van tien liter geldt het omgekeerde.

 

Nog een detail dat zelden wordt genoemd: waar het ding komt te staan. Een gekochte emmer is ontworpen om in een keuken gezien te mogen worden, met een handvat en een deksel dat vlak sluit. Twee bouwmarktemmers met een zelfgeboord gat zien er niet zo uit. Staat het apparaat in de bijkeuken of de schuur, dan maakt dat niets uit; staat het naast het aanrecht, dan blijkt uiterlijk voor veel mensen achteraf toch mee te wegen.

 

Waarom je de starter nooit zelf maakt

 

Dit is het punt dat de meeste doe-het-zelvers op het verkeerde been zet. De bokashi starter is geen gewone zemelen, maar tarwezemelen die zijn geent met effectieve micro-organismen: melkzuurbacterien, gisten en fototrofe bacterien in een vaste verhouding. Je kunt die zemelen thuis vermeerderen met melasse en water, maar je hebt er altijd een moedercultuur voor nodig, en die koop je.

 

Op tuinfora loopt die discussie al jaren. De vergelijking met zuurdesem of zuurkool, waar je een startcultuur wel eindeloos in leven houdt, gaat hier maar half op: bij bokashi bepaalt de verhouding tussen de soorten het resultaat, en die verhouding drijft bij thuisvermeerdering weg. Het gevolg is niet dat het niet werkt, maar dat de uitkomst wisselvallig wordt. Voor wie een moestuin bemest, is dat vervelender dan de paar tientjes die het scheelt.

 

In geld: een zak van twee kilo kost tussen de zeven en zestien euro. Afhankelijk van hoeveel je kookt en hoe zuinig je strooit, doe je daar vijf maanden tot een jaar mee. Die post heb je bij beide routes, dus hij valt weg uit de vergelijking. Meer over het proces zelf staat op Wikipedia.

 

Zo pak je het slim aan

 

Kies je voor zelfbouw, dan voorkomen deze vijf dingen de meeste ellende.

 

  • Neem twee identieke emmers van hetzelfde merk, zodat de bovenste precies in de onderste past zonder te klemmen.
  • Leg een houten lat of een paar dopjes tussen de emmers, zodat er altijd ruimte voor het sap blijft en ze los blijven.
  • Boor liever twintig kleine gaatjes dan vijf grote; fijn gaas erover houdt het sap schoon.
  • Test het deksel een week met alleen water erin voordat je afval gaat verzamelen.
  • Koop de starter meteen in een grotere zak; de prijs per kilo daalt hard en het spul blijft lang goed.

 

Voor wie is welke route?

 

Zelfbouw past bij wie het klussen leuk vindt, materiaal heeft liggen en er geen probleem mee heeft als de eerste ronde mislukt. Het past ook bij wie eerst wil proeven of fermenteren bevalt voordat er tachtig euro naar een set gaat. En het past bij grotere volumes: wie een moestuin heeft en met vaten van dertig liter of meer wil werken, vindt in de winkel weinig betaalbaars en bouwt beter zelf.

 

Een gekochte set past bij wie vanavond wil beginnen, bij kleine keukens waar het ding zichtbaar staat, en bij iedereen die geen zin heeft in lekkende kraantjes. Ook praktisch: gaat er iets stuk, dan heb je garantie en zijn losse onderdelen zoals een kraantje of een schepje na te bestellen. Bij zelfbouw is elk defect je eigen project.

 

De tussenweg wordt vaak vergeten: tweedehands. Gebruikte sets wisselen geregeld van eigenaar voor ongeveer de helft van de nieuwprijs. Je krijgt dan de doordachte constructie zonder de volle prijs. Controleer voor aankoop of het deksel nog sluit en het kraantje niet lekt, want juist die twee slijten.

 

Veelgemaakte fouten

 

De grootste fout is denken dat je met zelfbouw de terugkerende kosten omzeilt. Dat is niet zo: de starter blijft. Wie puur op kosten kijkt en geen gekookte restjes of vlees hoeft te verwerken, is met een compostvat van veertig tot zestig euro simpelweg goedkoper uit. Welke methode bij welk afval past, zetten we op een rij in bokashi of een compostbak.

 

De tweede fout is te grote stukken afval, zeker bij zelfbouw met een ruwe zeefbodem: grote stukken fermenteren van buiten naar binnen en zijn later lastig in te graven. De derde is een emmer buiten in de kou zetten; onder de vijftien graden komt de fermentatie nauwelijks op gang. En de vierde is het sap laten staan, waardoor de onderlaag verzuipt. Wat er met het gft overblijft dat je niet fermenteert, legt Milieu Centraal uit.

 

Ervaringen

 

Wat zelfbouwers en kopers melden, komt op deze punten neer.

 

  • Een zelfbouwer beschrijft dat de bovenste emmer door de druk van het afval vastklemde in de onderste en er niet meer uit kwam; ze bestelde daarna emmers met kraantje.
  • Een ander noemt de drempel niet het geld maar het zoeken: emmers vinden met een deksel dat wel sluit maar niet vastzuigt.
  • Op tuinfora klinkt het bezwaar dat de originele emmers pittig aan de prijs zijn en bovendien te snel vol.
  • Een gebruiker vond het maken van bokashi thuis al met al te bewerkelijk en gebruikt de emmer nu als wormenbak.
  • Positief tegengeluid: meerdere gebruikers zeggen dat de jaarlijkse uitgave aan starter zich terugverdient omdat ze geen compost meer kopen.

 

💬 Twijfel je nog? Kijk dan eerst welke complete sets nu leverbaar zijn en wat er per set bijzit.

 

Ook interessant

 

De actuele prijzen, inhoud en levertijden per model staan in onze vergelijking van bokashi emmers. Van de set met de grootste reviewbasis maakten we een aparte beoordeling: de review van de DIMIKRO starterset, inclusief wat er precies in de doos zit.

 

Verder lezen

 

Wil je eerst weten of fermenteren in jouw situatie past, lees dan het verschil tussen bokashi en compost. Gaat het je vooral om de rekensom over meerdere jaren, dan vind je die in wat een bokashi emmer kost.

 

Veelgestelde vragen

Kun je een bokashi emmer zelf maken?

Ja, en technisch is het niet ingewikkeld. Je hebt twee stapelbare emmers nodig met een deksel dat luchtdicht sluit, gaatjes in de bodem van de bovenste emmer zodat het vocht naar beneden zakt, en bij voorkeur een kraantje onderin om dat vocht af te tappen. Materiaalkosten rond de vijftien euro. De valkuilen zitten niet in het bouwen maar in het gebruik: emmers die onder de druk van het afval vastklemmen, een deksel dat vastzuigt en een zelf ingezet kraantje dat langs de rubberen ring lekt. Reken op twee emmers, want met een enkele sta je twee weken stil zodra hij vol is.

Hoeveel bespaar je door zelf te bouwen?

Het verschil in aanschaf is ongeveer vijftien euro tegenover zestig tot honderd euro voor een complete set, dus zo'n vijftig tot tachtig euro eenmalig. Wat je niet bespaart, zijn de terugkerende kosten: de starter koop je in beide gevallen, voor zeven tot zestien euro per zak van twee kilo, goed voor vijf maanden tot een jaar. Tel je de tijd mee die het zoeken naar geschikte emmers en het klussen kost, plus het risico dat de eerste opzet niet werkt, dan wordt het verschil kleiner dan het lijkt. Wie eerst wil uitproberen of fermenteren bevalt, haalt uit zelfbouw wel de laagste instap.

Kun je bokashi starter zelf maken?

Niet helemaal zelfstandig. De starter bestaat uit tarwezemelen die zijn geent met effectieve micro-organismen: melkzuurbacterien, gisten en fototrofe bacterien in een vaste verhouding. Je kunt die cultuur thuis vermeerderen met melasse en water, maar daarvoor heb je altijd een moedercultuur nodig die je koopt. Je verschuift de aankoop dus, je schaft hem niet af. Bij thuisvermeerdering drijft bovendien de verhouding tussen de soorten weg, waardoor het resultaat wisselvallig wordt. Voor wie een moestuin bemest, weegt die onzekerheid meestal zwaarder dan de paar tientjes die het scheelt.

Waarom klemmen twee gewone emmers vast?

Omdat ze conisch zijn en niets ze tegenhoudt. Bij een gekochte bokashi-emmer zorgt een rand of een aparte basis ervoor dat de binnenemmer op hoogte blijft en het sap eronder kan verzamelen. Stapel je twee gewone emmers, dan duwt het gewicht van het aangedrukte afval de bovenste steeds dieper de onderste in, tot er lucht noch speling meer over is. Gebruikers melden dat ze de emmers dan met geen mogelijkheid los krijgen en hulp nodig hebben om het sap eruit te halen. Leg daarom vanaf het begin een lat of een paar dopjes tussen de twee.

Is zelf maken de moeite waard of kun je beter kopen?

Dat hangt af van wat je met je tijd wilt. Zelfbouw loont als je het klussen leuk vindt, materiaal hebt liggen, een groter volume wilt dan de winkel biedt, of eerst wilt proeven voordat je tachtig euro uitgeeft. Een gekochte set loont als je vanavond wilt beginnen, geen zin hebt in lekkende kraantjes en garantie wilt op de onderdelen die slijten. Er is ook een tussenweg die vaak wordt vergeten: tweedehands sets wisselen geregeld van eigenaar voor ongeveer de helft van de nieuwprijs, en dan krijg je de doordachte constructie zonder de volle prijs.

bottom of page