Laatst herzien op:
17 augustus 2026
Straalcabine kopen: waar je op moet letten voor je bestelt
Een straalcabine kopen lijkt simpel: kijk naar de inhoud in liters, kies een maat en klaar. In de praktijk struikelt bijna iedereen over hetzelfde punt, en dat is niet de kast maar de perslucht. Levert je compressor te weinig lucht per minuut, dan straal je dertig seconden en wacht je een minuut. Daarnaast speelt afzuiging: zonder afzuiging zie je na een halve minuut je eigen werkstuk niet meer. Op deze pagina lees je in welke volgorde je de vier criteria afweegt, welke maat bij welk werkstuk hoort, wat een cabine realistisch kost inclusief de posten die iedereen vergeet, en waar je bij straalmiddel op moet letten.

Door Ramon van Berkom
Wat een straalcabine wel en niet voor je oplost
Schuren werkt, maar niet in een scharnier, niet in de hoeken van een velg en niet op gietijzer met vijftig jaar verflagen erop. Daar is stralen voor. Het grit komt overal waar geen schuurpapier bij kan en laat een gelijkmatig mat oppervlak achter waar primer goed op hecht. Wie het principe wil begrijpen vindt bij de uitleg van het straalproces een heldere beschrijving van hoe perslucht en straalmiddel samenwerken.
Een cabine verschilt op een belangrijk punt van een los straalpistool. Het grit blijft binnen en je gebruikt het opnieuw. Buiten stralen kost elke klus nieuw straalmiddel en je hele oprit ligt vol. In een kast van 90 liter doe je met een zak korund maanden, mits je hem droog houdt.
Waar een cabine niet voor is: grote oppervlakken. Een complete carrosserie, een gevel of een stalen hek passen er niet in. Dat wordt buiten stralen of uitbesteden. Reken voor thuisgebruik op losse onderdelen tot ongeveer een halve meter.
Waarom de volgorde van je afwegingen uitmaakt
De meeste kopers beginnen bij de maat en eindigen bij de compressor. Dat is precies verkeerd om. De maat bepaalt of je werkstuk erin past, maar de compressor bepaalt of je uberhaupt kunt werken. Een cabine van 220 liter is waardeloos als je compressor de helft van het benodigde luchtdebiet levert.
Werk daarom in deze volgorde: eerst wat je compressor per minuut levert, dan de maat van je grootste werkstuk, dan wel of geen afzuiging, en pas als laatste het straalmiddel. Die laatste is de goedkoopste en makkelijkst te wijzigen keuze, de eerste de duurste om achteraf te corrigeren.
Hoe je het benodigde luchtdebiet uitrekent
Het getal dat telt is het luchtdebiet in liter per minuut, soms afgekort als l/min. Dat staat op het typeplaatje van je compressor. Kijk daar, niet naar de ketelinhoud. Een compressor met een tank van 50 liter zegt helemaal niets over hoeveel lucht hij per minuut kan blijven leveren; de tank bepaalt alleen hoe lang je buffer meegaat voordat de motor moet bijladen.
De spreiding is groter dan je zou denken. In de modellen die wij hebben doorgemeten loopt het benodigde debiet van ongeveer 145 liter per minuut voor een eenvoudig draagbaar tafelmodel tot 350 liter per minuut bij 6 bar voor een grote cabine met afzuiging. Een staand model van 220 liter zit rond de 250. Die getallen lopen dus niet netjes op met de inhoud van de kast.
Er speelt nog iets mee: de druk. Fabrikanten geven het debiet meestal op bij een bepaalde werkdruk, vaak 6 bar. Straal je op een lagere druk, dan daalt het verbruik maar ook het resultaat; op hogere druk gaat het sneller maar loopt je ketel harder leeg. De praktische werkdruk voor de meeste klussen ligt tussen de 4 en 6 bar. Vergelijk dus altijd debiet en druk in combinatie, want 250 liter per minuut bij 4 bar is iets anders dan bij 8 bar.
Een tweede punt dat zelden wordt genoemd is de inschakelduur van je compressor. Een hobbymodel is vaak gebouwd voor korte pieken, bijvoorbeeld banden oppompen of nieten. Stralen is het tegenovergestelde: een continu verbruik dat minutenlang doorgaat. Een compressor die op papier genoeg levert kan alsnog oververhit raken als hij daar niet voor gebouwd is. Kijk daarom ook of er een inschakelduur wordt opgegeven.
Een praktische uitweg als je compressor krap zit: kijk of de cabine met verwisselbare mondstukken wordt geleverd. Een kleiner mondstuk vraagt minder lucht. Je straalt langzamer, maar je kunt wel doorwerken in plaats van wachten. Cabines met een set van vier keramische mondstukken zijn daarom vergevingsgezinder dan modellen met een vaste kop.
Waar moet je op letten?
checkmark Luchtdebiet van je compressor in liter per minuut, niet de ketelinhoud
checkmark Binnenmaat in centimeters, niet alleen de inhoud in liters
checkmark Wel of geen afzuiging, of minstens een aansluiting voor een werkplaatsstofzuiger
checkmark Aantal en soort mondstukken, keramisch gaat langer mee dan staal
checkmark Of beschermfolie en handschoenen los na te bestellen zijn
checkmark Of het luchtverbruik uberhaupt in de specificaties staat, want dat is lang niet altijd zo
Welke maat hoort bij welk werkstuk
Meet je grootste werkstuk en tel er ruimte bij om het te kunnen draaien. Je moet er met het pistool omheen kunnen, anders straal je een kant schoon en de rest niet.
- 30 tot 35 liter. Precisiewerk: bouten, carburateuronderdelen, sieraden, modelbouwdelen. Vraagt de minste lucht van allemaal.
- 80 tot 90 liter. De maat voor de meeste thuisklussers. Velgen tot ongeveer 15 inch, scharnieren, beslag, gereedschap.
- 110 liter. Ongeveer de maat waarop een velg van 17 inch net past. Vraagt navenant meer lucht.
- 175 tot 220 liter. Staande modellen. Je werkt rechtop in plaats van gebogen over een werkbank en er past fors meer in.
- 350 liter en groter. Semi-professioneel. Alleen zinvol met afzuiging en een compressor die daarbij past.
Let op dat inhoud in liters en bruikbare binnenmaat niet hetzelfde zijn. De trechter onderin kost ruimte, en de hoogte tussen bodem en deksel bepaalt of een werkstuk er rechtop in past. Een kast van 80 liter met een binnenmaat van 58 bij 48 bij 30 centimeter klinkt ruim, maar die 30 centimeter hoogte is de beperkende factor zodra je iets rechtopstaands wilt stralen. Zoek daarom bij voorkeur de binnenmaat in centimeters op en vergelijk die met je werkstuk, in plaats van te varen op het aantal liters.
Er is ook een ondergrens die zelden wordt benoemd. Bij de kleinste kasten van 30 tot 35 liter werk je met je handen dicht op elkaar, wat prima gaat bij bouten en kleine onderdelen maar snel irritant wordt zodra het werkstuk groter is dan een vuist. Wie twijfelt of hij precisiewerk of algemeen klussenwerk gaat doen, is met 80 tot 90 liter bijna altijd beter af.
Een cabine te groot kopen is minder erg dan te klein, maar niet gratis: hij vraagt meer lucht, meer straalmiddel om de trechter te vullen en meer vloeroppervlak. Wie twijfelt tussen 90 en 110 liter kan het beste kijken naar de velgmaat van de auto op de oprit.
Zo pak je het slim aan
Een paar dingen die het werk merkbaar prettiger maken en die je nergens in een productbeschrijving leest.
- Zeef je grit af en toe. Stukgeslagen korrels stralen niet meer maar stuiven wel volop.
- Bewaar straalmiddel droog. Klonterend grit verstopt het mondstuk en dan sta je te prutsen.
- Leg een tweede set beschermfolie klaar, dan hoef je niet halverwege een klus te stoppen.
- Zet de cabine niet naast je gereedschapswand. Bij goedkope kasten lekt de klepdichting fijn stof.
- Begin met het kleinste mondstuk. Je kunt altijd opschalen, maar je compressor niet.
Wat kost een straalcabine echt
De aanschafprijs is maar een deel van het verhaal. De band loopt ongeveer zo: een tafelmodel van 90 liter begint rond de 117 euro, een tafelmodel van een vakmerk zit rond de 220, een staande cabine met een voorraad straalmiddel erbij rond de 480, en de grootste kast met ingebouwde afzuiging ruim 1.650 euro.
Daarnaast zijn er drie posten die vrijwel iedereen vergeet. Straalmiddel is een terugkerende uitgave, al gaat een zak lang mee omdat het grit in de kast wordt hergebruikt. Beschermfolie voor het kijkvenster is een verbruiksartikel, reken op een paar keer per jaar bij regelmatig gebruik. En handschoenen slijten, vooral bij scherp korund.
De grootste verborgen post is de compressor. Als de jouwe te weinig lucht levert, kost de vervanging daarvan al snel meer dan de cabine zelf. Reken dat mee voordat je bestelt, anders koop je een kast die je niet kunt gebruiken. Wat je bij een defect binnen de garantietermijn mag verwachten legt de Consumentenbond per productgroep uit.
Veelgemaakte fouten bij het kopen
De vaakst gemaakte fout is al genoemd: kijken naar de ketelinhoud van de compressor in plaats van naar het luchtdebiet. Daarna komt de maat te krap kiezen omdat de kleinere kast net wat goedkoper was.
Fout drie is het onderschatten van het zicht. Zonder afzuiging staat de kast binnen een halve minuut vol stof en werk je in een ritme van stralen, wachten, stralen. Dat went, maar wie dacht een middag door te werken komt bedrogen uit.
Fout vier gaat over veiligheid. Straalzand op basis van silica geeft kwartsstof vrij, en dat is bij herhaalde blootstelling schadelijk voor de longen. In het Arboportaal over kwartsstof staat waarom dat stof zo fijn is dat het diep in de longen doordringt. Kies glasparels of korund in plaats van gewoon siliciumzand, en draag een stofmasker met P3-filter op het moment dat je de kast leegt of het filter uitklopt. Dat is namelijk het moment waarop je het meeste stof binnenkrijgt, niet tijdens het stralen zelf.
Fout vijf is te weinig straalmiddel bestellen. De trechter van een cabine moet gevuld zijn voordat het systeem goed aanzuigt, en bij een kast van 90 liter praat je al snel over meerdere kilo's voordat je uberhaupt kunt beginnen. Een zak van vijf kilo klinkt als veel, maar verdwijnt grotendeels in de trechter. Bestel bij je eerste cabine daarom ruimer dan je denkt nodig te hebben; het gaat toch niet verloren omdat je het hergebruikt.
Ervaringen
- Wie van een los straalpistool overstapt noemt het hergebruik van grit als grootste winst.
- Het kijkvenster wordt vaker genoemd als slijtdeel dan de kast zelf.
- Kopers met een 50-liter hobbycompressor lopen het vaakst vast op te weinig lucht.
- De stap naar een staand model wordt vooral gewaardeerd om de werkhouding, niet om de inhoud.
chat-emoji Twijfel je tussen twee maten? Kijk naar het grootste onderdeel dat je het komende jaar wilt stralen en kies daar ruim omheen.
Kopen, huren of laten doen
Eerlijk over de alternatieven: een straalcabine hoef je niet per se te kopen. Deze kasten worden veel tweedehands verkocht en gaan mechanisch lang mee, dus daar valt geld te besparen. Let bij een gebruikt exemplaar op een lekkende klepdichting, een versleten mondstuk, een dof of gebarsten kijkvenster en of de beschermfolie voor dat model nog te krijgen is.
Je kunt ook laten stralen. Straal je een keer per jaar een setje velgen, dan ben je met uitbesteden waarschijnlijk goedkoper uit dan met een cabine plus grit plus mogelijk een nieuwe compressor. Een eigen kast verdient zichzelf terug zodra je meerdere projecten per jaar doet, en vooral zodra je niet meer wilt wachten op een afspraak of op transport van je onderdelen.
Een derde route is huren. Dat is vooral interessant voor een eenmalig groot project, maar reken door hoeveel dagen je realistisch nodig hebt. Stralen kost meer tijd dan mensen inschatten, zeker zonder afzuiging, en bij twee of drie huurdagen zit je al snel op het niveau van een eigen instapmodel.
Ook interessant
Het instapmodel waar de meeste kopers bij uitkomen is uitgebreid beschreven in de review van de Arebos 90 liter, inclusief het punt dat de fabrikant het luchtverbruik niet opgeeft.
Verder lezen
De volledige selectie staat in de toplijst met straalcabines, geordend van klein tafelmodel voor precisiewerk tot grote cabine met afzuiging. Per model lees je de maat, waar hij voor bedoeld is en wat hij niet kan.
Weet je al welke maat je zoekt, dan kun je direct naar de toplijst en daar vergelijken op binnenmaat en luchtverbruik.
Hoeveel lucht moet mijn compressor leveren voor een straalcabine?
Dat hangt af van het model en varieert sterker dan de meeste kopers verwachten. In de modellen die wij hebben doorgemeten loopt het benodigde luchtdebiet van ongeveer 145 liter per minuut voor een eenvoudig draagbaar tafelmodel tot 350 liter per minuut bij 6 bar voor een grote cabine met afzuiging. Een staande cabine van 220 liter zit daar met minimaal 250 liter per minuut tussenin. Belangrijk is dat je op het typeplaatje van je compressor kijkt naar de afgegeven hoeveelheid lucht per minuut en niet naar de ketelinhoud. Een tank van 50 liter zegt niets over het debiet; die bepaalt alleen hoe lang je buffer meegaat.
Kan ik een straalcabine gebruiken met een gewone hobbycompressor?
Soms wel, mits je de verwachting bijstelt. Veel hobbycompressors leveren minder dan de 250 liter per minuut die een middelgrote cabine vraagt. Je kunt dan nog steeds werken door het kleinste meegeleverde mondstuk te gebruiken, want een kleiner mondstuk vraagt minder lucht. Je straalt langzamer maar je kunt doorwerken in plaats van steeds wachten tot de ketel weer op druk is. Kies in dat geval een cabine die met meerdere keramische mondstukken wordt geleverd, want die is vergevingsgezinder dan een model met een vaste kop.
Heb ik afzuiging nodig bij een straalcabine?
Nodig is het niet, maar het scheelt veel tijd. Zonder afzuiging staat de kast binnen ongeveer een halve minuut vol stof en zie je je werkstuk niet meer. Je wacht dan tot het stof gezakt is en gaat verder. Voor een paar projecten per jaar is dat prima te doen. Straal je wekelijks, dan is het verschil tussen wachten en doorwerken de belangrijkste reden om voor een model met ingebouwde afzuiging te kiezen, of minstens voor een kast met een aansluiting voor een werkplaatsstofzuiger. Reken wel op een fors hogere aanschafprijs.
Welk straalmiddel is het beste voor thuisgebruik?
Voor de meeste klussen thuis is korund, ook wel aluminiumoxide genoemd, de praktische keuze. Het bijt harder dan glasparels en gaat daardoor sneller door dikke roest heen. Glasparels geven een fijner en gelijkmatiger mat oppervlak en zijn zachter voor het onderliggende metaal, wat prettig is bij aluminium en dunwandige delen. Gewoon siliciumzand wordt afgeraden omdat het kwartsstof vrijgeeft dat bij herhaalde blootstelling schadelijk is voor de longen. Notendoppen zijn zacht maar stuiven enorm en zijn nauwelijks te hergebruiken.
Wat kost een straalcabine inclusief alles wat je erbij nodig hebt?
De kast zelf begint rond de 117 euro voor een tafelmodel van 90 liter en loopt via ongeveer 220 euro voor een vakmerk en 480 euro voor een staand model op tot ruim 1.650 euro voor een grote cabine met afzuiging. Daarbovenop komen drie posten. Straalmiddel is een terugkerende uitgave, al gaat een zak lang mee door het hergebruik in de kast. Beschermfolie voor het kijkvenster en handschoenen zijn verbruiksartikelen die je een paar keer per jaar vervangt. De grootste verborgen post is de compressor: levert die te weinig lucht, dan kost de vervanging vaak meer dan de cabine.
