Laatst herzien op:
5 oktober 2026
Powerstation van 1000 tot 2000 watt: welk vermogen past?
Een powerstation van 1800 tot 2400 watt continu draait vrijwel elk huishoudelijk apparaat, terwijl een model van rond de 1000 watt bij waterkoker en magnetron al in beveiliging gaat. Deze koopgids legt uit wat apparaten werkelijk trekken, waarom het ingangsvermogen anders is dan het etiket, en welke klasse bij welk gebruik past.

Door de redactie van Bestereviews.nl
Waarom het vermogen voor de capaciteit gaat
Een powerstation heeft twee kerngetallen, en kopers kijken bijna altijd eerst naar het verkeerde. De capaciteit in wattuur zegt hoe lang je stroom hebt. Het continu vermogen in watt zegt of een apparaat überhaupt aangaat. Een model met een grote accu en 1000 watt continu weigert een waterkoker net zo hard als een compact model, en dat ontdek je pas als het erop aankomt.
Daarom begint elke keuze bij het zwaarste apparaat dat je wilt aansluiten. Pas als dat getal bekend is, heeft het zin om naar capaciteit te kijken.
Wat apparaten werkelijk trekken
De onderstaande waarden zijn ingangsvermogens, dus wat het apparaat uit het stopcontact trekt. Dat is het getal dat telt voor je powerstation, en het staat lang niet altijd op het etiket.
Verbruik per apparaat
| Apparaat | Vermogen (W) |
|---|---|
| Koelbox | 50 tot 80 |
| Laptop | 45 tot 90 |
| Televisie | 80 tot 150 |
| Boormachine | 600 tot 900 |
| Koffiezetter | 800 tot 1200 |
| Haardroger | 1200 tot 2000 |
| Magnetron | 1200 tot 1600 |
| Waterkoker | 1500 tot 2200 |
De magnetron is de verraderlijkste regel in deze tabel. Op het etiket staat het kookvermogen, bijvoorbeeld 800 watt, maar het apparaat trekt aan de ingang vaak bijna het dubbele. Wie op het etiket rekent, koopt een station dat te licht is. Zoek het ingangsvermogen op het typeplaatje achterop, niet in de folder.
Zo lees je het typeplaatje
Het getal dat je nodig hebt staat vrijwel nooit op de voorkant van een apparaat. Het staat op het typeplaatje: een sticker aan de achter- of onderkant, of een gegraveerd vlakje bij de kabelingang. Daar staat het opgenomen vermogen in watt, soms aangeduid als P of als input, en bij apparaten met een motor vaak ook de stroomsterkte in ampere.
Staat er alleen een stroomsterkte, dan vermenigvuldig je die met 230 om het vermogen in watt te krijgen. Een apparaat met 6,5 ampere op het plaatje trekt dus ongeveer 1500 watt. Staat er een bereik, neem dan de hoogste waarde. En staat er helemaal niets leesbaars, dan geeft de handleiding of de productpagina van de fabrikant onder technische gegevens meestal uitsluitsel.
Bij een magnetron staan vaak twee getallen: het kookvermogen, dat ook op de voorkant prijkt, en het opgenomen vermogen, dat aanzienlijk hoger ligt. Alleen dat tweede getal telt voor je powerstation.
Continu vermogen en piekvermogen
Elke powerstation noemt twee vermogens. Het continu vermogen is wat het apparaat blijvend levert. Het piekvermogen, vaak surge of boost genoemd, is een uitschieter van enkele seconden die bedoeld is om de opstartpiek van motoren en compressoren op te vangen.
Een koelkast trekt bij het aanslaan kort een veelvoud van zijn normale verbruik, en daar is die piek voor. Een waterkoker daarentegen trekt continu vol vermogen en valt dus volledig onder het continu vermogen. Een station van 1000 watt continu met 2000 watt piek draait geen waterkoker van 1800 watt, ook al oogt dat piekgetal ruim.
Sommige fabrikanten bieden een functie die zware weerstandsverbruikers toch laat werken door de spanning te verlagen. Dat werkt bij een waterkoker of haardroger, die dan alleen langzamer opwarmt, maar niet bij apparaten met elektronica of een motor. Zie het als noodoplossing, niet als vermogensreserve.
Meerdere apparaten tegelijk
Het continu vermogen geldt voor alles wat op dat moment aan staat, niet per stopcontact. Een station van 1800 watt met twee 230V-uitgangen levert in totaal 1800 watt, niet twee keer dat bedrag. Wie een koffiezetter van 1000 watt en een magnetron van 1400 watt tegelijk aanzet, overschrijdt de grens ook als beide apparaten afzonderlijk prima werken.
Reken daarom met de combinatie die je realistisch tegelijk gebruikt. Op de camping is dat zelden meer dan een zwaar apparaat plus wat lichte verbruikers. Thuis tijdens een storing ligt dat anders: de koelkast slaat aan op het moment dat je toevallig de magnetron gebruikt, en dan moet het station beide aankunnen, inclusief de opstartpiek van de compressor.
Een praktische volgorde is daarom: het zwaarste apparaat, plus de koelkast of koelbox die altijd aan staat, plus de lichte verbruikers die je niet uitzet. Komt dat samen boven de 1800 watt, dan is 2400 watt de juiste klasse. Blijft het daar ruim onder, dan betaal je bij 2400 watt voor reserve die je niet gebruikt.
Drie klassen, drie gebruiksprofielen
Rond 1000 watt. Telefoons, laptops, verlichting, een koelbox, een televisie en een ventilator. Dit is de klasse voor een weekend kamperen of een thuiswerkplek tijdens een storing. Koffie zetten kan alleen met een compact apparaat onder de 1000 watt.
1800 watt continu. Hier komen de echte huishoudelijke verbruikers binnen bereik: koffiezetter, de meeste magnetrons, een haardroger, elektrisch gereedschap en veel waterkokers. Dit is de klasse van de meeste modellen rond de 1000 wattuur, en voor de meeste huishoudens het logische midden.
2400 watt continu. Nodig wanneer je meerdere zware apparaten tegelijk wilt draaien, bijvoorbeeld een magnetron terwijl de koelkast aanslaat, of wanneer je een waterkoker van 2200 watt met marge wilt voeden. Deze klasse zit meestal op 2000 wattuur en is gericht op noodstroom thuis en zwaar werk op locatie.
Voor de modellen per klasse, bekijk de toplijst powerstations. Daar staat per model het continu vermogen naast de capaciteit.
Vermogen en capaciteit horen bij elkaar
Zodra het vermogen vaststaat, bepaalt de capaciteit hoe lang je dat vermogen kunt leveren. Daar zit een valkuil die in de folders zelden staat: hoe zwaarder het apparaat, hoe sneller de accu leeg is, en bij zware apparaten gaat dat verrassend snel.
Een waterkoker van 1800 watt leegt een accu van 1000 wattuur in ongeveer een halfuur aan draaitijd, verdeeld over een stuk of tien kookbeurten. Dat is prima voor koffie op de camping, maar wie een avond wil koken op een inductieplaat van 2000 watt, is na een kwartier door een groot deel van de accu heen. Vermogen zegt dus wat mag, capaciteit zegt hoe lang, en bij zware apparaten is dat laatste de echte grens.
Omgekeerd geldt: voor lichte verbruikers zoals een koelbox, verlichting en een laptop is het vermogen nooit het probleem en draait alles om capaciteit. Wie vooral dat soort apparaten voedt, hoeft niet te betalen voor 2400 watt en kan het geld beter in wattuur steken.
Welke modellen zitten in welke klasse?
In onze eigen selectie vallen de modellen van rond de 1000 wattuur vrijwel allemaal in de klasse van 1800 watt continu, zoals de EcoFlow Delta 2, de Anker SOLIX C1000, de EcoFlow Delta 3 en de FOSSiBOT F1800. De Jackery Explorer 1000 v2 zit met 1500 watt net daaronder, wat in de praktijk vooral bij de zwaarste waterkokers uitmaakt.
De klasse van 2400 watt wordt gevormd door de modellen van rond de 2000 wattuur, zoals de Anker SOLIX F2000 en de EcoFlow Delta 2 Max. Daar zit vermogen en capaciteit in verhouding: je mag zware apparaten aansluiten en je kunt het ook een tijd volhouden.
Onder de 1000 watt vind je de compacte modellen van 200 tot 300 wattuur, die 300 tot 600 watt leveren. Die zijn niet gemaakt voor koken, maar voor telefoons, verlichting en een laptop, en in die rol doen ze het prima.
Drie situaties uit de praktijk
Weekend kamperen met koelbox en koffie. De koelbox trekt 60 watt, de koffiezetter 1000 watt, verlichting en telefoons samen nog eens 30 watt. Het zwaarste moment is koffie zetten met de koelbox aan: rond de 1100 watt. Dat past in de klasse van 1800 watt met ruime marge; 1000 watt is te krap.
Noodstroom thuis bij een storing. Router, verlichting en een laptop vragen samen zo'n 150 watt, de koelkast slaat aan met een piek en draait daarna op 100 watt, en een enkele keer gaat de magnetron aan met 1400 watt ingang. Het zwaarste moment is magnetron plus koelkastpiek: dat vraagt om 1800 watt continu met een stevig piekvermogen, of om 2400 watt als je geen enkele twijfel wilt.
Klussen op een plek zonder stopcontact. Een slijptol of cirkelzaag vraagt 1200 tot 2000 watt met een forse opstartpiek. Hier gaat het om het piekvermogen en om een omvormer die motoren aankan; 1800 watt continu is het minimum, en wie zwaar gereedschap gebruikt zit bij 2400 watt beter.
Zo reken je het vermogen uit
Drie stappen, in deze volgorde.
- Zoek van elk apparaat dat je wilt aansluiten het ingangsvermogen op het typeplaatje, niet het etiket op de voorkant
- Neem het zwaarste apparaat, of de som van de apparaten die tegelijk aan staan, en tel twintig procent marge op
- Kies de laagste klasse waarin dat getal past; pas daarna kijk je naar de capaciteit in wattuur
Komt er een getal onder de 1200 watt uit, dan volstaat de 1000 watt-klasse. Staat er een waterkoker, magnetron of haardroger op de lijst, dan is 1800 watt continu de ondergrens. Wil je tijdens een storing twee van die apparaten tegelijk kunnen gebruiken, dan zit je bij 2400 watt.
De verlengkabel als verborgen beperking
Op gebruikersfora keert een klacht terug die niets met het station te maken heeft: een zwaar apparaat hapert of valt uit, terwijl het vermogen ruim voldoende is. De oorzaak is bijna altijd de kabel. Een haspel van vijfentwintig meter geeft bij een belasting van 1500 watt zoveel spanningsval dat een magnetron of koffiezetter niet goed werkt.
Rol een haspel altijd volledig af, want opgerold wordt hij warm. Houd de afstand tussen station en apparaat zo kort mogelijk, en gebruik een kabel met voldoende aderdikte. Gebruikers melden daarnaast dat de elektronica van magnetrons gevoelig is voor een onzuivere spanning; een station met pure sinus voorkomt dat.
Wanneer is meer vermogen weggegooid geld?
Meer vermogen klinkt altijd veiliger, maar het heeft een prijs die verder gaat dan het aanschafbedrag. Een omvormer die 2400 watt aankan is groter en zwaarder dan een van 1000 watt, en het apparaat weegt daardoor al snel het dubbele. Wie het station regelmatig tilt, merkt dat bij elke verplaatsing.
Daar komt bij dat een zware omvormer ook bij lichte belasting iets meer stroom voor zichzelf gebruikt. Wie het hele weekend alleen een koelbox en wat verlichting voedt, verliest op een station van 2400 watt een paar procent meer capaciteit aan stand-by dan op een compacte klasse. Dat is geen reden om te klein te kopen, wel om niet blind naar boven te grijpen.
De vuistregel: koop het vermogen dat je zwaarste apparaat vraagt, met twintig procent marge, en steek het geld dat overblijft in capaciteit. Vermogen dat je niet gebruikt kost gewicht en geld; wattuur die je niet gebruikt kost alleen geld.
Veelgemaakte fouten
- Rekenen met het kookvermogen van de magnetron in plaats van het ingangsvermogen
- Het piekvermogen lezen als bruikbaar vermogen voor een waterkoker
- Capaciteit kopen en pas thuis ontdekken dat het continu vermogen tekortschiet
- Een opgerolde haspel gebruiken onder zware belasting
- Twee zware apparaten tegelijk aansluiten op een station dat er een aankan
Ook interessant
- Powerstation kopen: waar op letten
- Hoe vergelijk je powerstations stap voor stap
- Powerstation als noodstroom thuis
Verder lezen
Twee reviews die de grens tussen de klassen goed laten zien:
Veelgestelde vragen
Is 1000 watt genoeg voor een waterkoker?
Meestal niet. Een gangbare waterkoker trekt tussen de 1500 en 2200 watt, en dat is continu vermogen, geen kortstondige piek. Een station van 1000 watt continu schakelt dan uit, ook als het piekvermogen op 2000 watt staat, want die piek houdt het apparaat maar enkele seconden vol. Wil je koffie of thee zetten op een station in deze klasse, kies dan een reiswaterkoker van rond de 800 watt of een koffiezetter onder de 1000 watt. Voor een normale waterkoker is 1800 watt continu de ondergrens.
Hoeveel watt trekt een magnetron echt?
Aanzienlijk meer dan het etiket suggereert. Het vermogen op de voorkant is het kookvermogen, bijvoorbeeld 800 watt, maar aan de ingang trekt een magnetron vaak 1200 tot 1600 watt, soms bijna het dubbele van het kookvermogen. Dat ingangsvermogen staat op het typeplaatje aan de achterkant. Reken daarmee bij het kiezen van een powerstation, want een station dat op het kookvermogen is gekocht, schakelt bij het inschakelen uit. Houd bovendien rekening met een opstartpiek, waarvoor het piekvermogen van het station bedoeld is.
Wat is het verschil tussen continu vermogen en piekvermogen?
Het continu vermogen is wat een powerstation blijvend levert; het piekvermogen is een uitschieter van enkele seconden om de opstartpiek van motoren en compressoren op te vangen. Een koelkast of compressorkoelbox trekt bij het aanslaan kort een veelvoud van het normale verbruik, en daar is die piek voor bedoeld. Een waterkoker, haardroger of kookplaat trekt juist continu vol vermogen en valt dus volledig onder het continu vermogen. Kijk bij het kiezen altijd naar het continu vermogen; het piekvermogen is een vangnet, geen reserve.
Welke klasse heb ik nodig voor noodstroom thuis?
Dat hangt af van wat er tijdens een storing aan moet blijven. Router, verlichting, telefoons en een laptop vragen samen zelden meer dan 300 watt, en daarvoor volstaat elke klasse. Komt de koelkast erbij, dan is het continu vermogen nog steeds laag, maar telt de opstartpiek en vooral de capaciteit. Wil je ook kunnen koken of koffiezetten, dan is 1800 watt continu de ondergrens, en wie twee zware apparaten tegelijk wil gebruiken komt bij 2400 watt uit. Bepaal vooraf welke apparaten echt nodig zijn.
Waarom hapert een apparaat terwijl het vermogen ruim genoeg is?
In de meeste gevallen ligt dat aan de kabel, niet aan het station. Een lange haspel geeft bij zware belasting een flinke spanningsval, waardoor een magnetron of koffiezetter niet goed werkt of het station in beveiliging schiet. Een opgerolde haspel wordt bovendien warm. Rol de haspel volledig af, houd de afstand kort en gebruik een kabel met voldoende aderdikte. Een tweede oorzaak is een onzuivere spanning: de elektronica van magnetrons reageert daar gevoelig op, en een station met pure sinus lost dat op.
