Laatst herzien op:
12 oktober 2026
Rood licht therapie golflengte en lichtsterkte uitgelegd
Voor vrijwel elk doel thuis doen 660 nm rood en 850 nm nabij-infrarood het meeste werk, en de lichtsterkte op gebruiksafstand bepaalt of een sessie tien of dertig minuten duurt. Deze gids legt uit wat golflengten doen, waarom opgegeven vermogens tussen merken niet te vergelijken zijn, en wat EMF en flicker betekenen.

Door de redactie van Bestereviews.nl
Twee getallen die bepalen wat een paneel kan
Op elk specificatieblad van een rood licht paneel staan golflengten en een lichtsterkte. Die twee getallen samen vertellen je meer dan het wattage, het aantal LEDs of de lijst met toepassingen. De golflengte bepaalt welk weefsel het licht bereikt. De lichtsterkte bepaalt hoeveel licht daar aankomt, en daarmee hoe lang je voor het paneel moet zitten.
Het probleem is dat beide getallen in de praktijk slecht te vergelijken zijn. Golflengten worden als verkoopargument opgestapeld, en lichtsterkte wordt op zoveel verschillende manieren gemeten dat twee identieke getallen iets heel anders kunnen betekenen. Deze gids haalt dat uit elkaar, zodat je een specificatieblad kunt lezen zonder op het hoogste getal af te gaan.
Wat een golflengte doet
Licht bestaat uit golven, en de afstand tussen twee golftoppen heet de golflengte. Die wordt gemeten in nanometer. Rood licht dat je kunt zien ligt ruwweg tussen 620 en 700 nm. Daarboven begint nabij-infrarood, dat je nauwelijks of niet ziet. Lichttherapie werkt binnen een venster van ongeveer 600 tot 1000 nm, omdat licht in dat bereik het minst wordt tegengehouden door water en bloed in de huid.
Binnen dat venster geldt een vuistregel: hoe langer de golflengte, hoe dieper het licht doordringt. Rood licht rond 660 nm blijft grotendeels in de bovenste millimeters, waar de huidcellen zitten die collageen aanmaken. Nabij-infrarood rond 850 nm komt dieper, tot in spierweefsel en rond gewrichten. Daarom zijn die twee golflengten de standaardcombinatie: samen dekken ze huid en dieper weefsel.
Een detail dat op productpagina's zelden terugkomt, is de precisie van een LED. Een LED die als 660 nm wordt verkocht, straalt in werkelijkheid een smalle band rond die waarde uit. Bij een goede LED ligt die band binnen ongeveer tien nanometer. Goedkope LEDs kunnen verder afwijken, en bij sommige zakt de golflengte bovendien wat weg naarmate het paneel warm wordt. Een fabrikant die een gemeten spectrum publiceert, laat zien dat dit is gecontroleerd.
Golflengten op een rij
| Onderdeel | Waarde |
|---|---|
| Roodheid, egale teint (nm) | 590 |
| Huidkwaliteit (nm) | 630 |
| Collageen, fijne lijntjes (nm) | 660 |
| Spieren, gewrichten (nm) | 810 |
| Spierherstel (nm) | 850 |
| Beperkt onderzocht (nm) | 940 |
| Beperkt onderzocht (nm) | 1060 |
Hoe langer de golflengte, hoe dieper het licht reikt: 590 en 630 nm blijven in de bovenste huidlagen, 660 nm bereikt de lederhuid, en 810 tot 1060 nm komen tot in dieper weefsel, spieren en rond gewrichten.
Lees de tabel als een overzicht van waar onderzoek naar kijkt, niet als een belofte. Voor 660 en 850 nm is het meeste onderzoek gedaan. Voor 940 en 1060 nm is het bewijs beperkt, en fabrikanten die deze golflengten toevoegen, zeggen dat soms zelf ook.
Meer golflengten is niet automatisch beter
Panelen met zeven of acht golflengten klinken veelzijdiger dan een paneel met twee. Er zit echter een rekensom achter die zelden wordt genoemd. Een paneel heeft een vast aantal LEDs, en elke extra golflengte neemt daar een deel van in beslag. Bij een van de panelen in onze vergelijking zijn 77 van de 140 LEDs voor 660 en 850 nm, en delen de overige vijf golflengten de resterende 63.
Dat hoeft geen probleem te zijn. Het betekent wel dat je bij een breed spectrum minder licht krijgt op de golflengten waar het meeste bewijs voor is, tenzij het totale aantal LEDs ook omhoog gaat. Voor wie vooral huid en spierherstel wil, is een sterke 660 en 850 nm combinatie vaak de betere koop dan een breed spectrum met minder LEDs per golflengte.
Er is een uitzondering. Wie specifiek oppervlakkige roodheid wil aanpakken, heeft baat bij 590 nm, en wie acne met blauw licht wil combineren, zoekt een apparaat dat rond 415 nm levert. Dat zijn gerichte keuzes voor een gerichte klacht, geen reden om standaard voor het breedste spectrum te gaan.
Waarom het wattage weinig zegt
Op bijna elke productpagina staat een wattage prominent vermeld: 300, 600, 1200 of 1500 watt. Het lijkt de handigste maat om panelen te vergelijken, maar het zegt vooral hoeveel stroom het paneel uit het stopcontact trekt. Hoeveel daarvan als bruikbaar licht op je huid terechtkomt, hangt af van de kwaliteit van de LEDs, de lenzen en de afstand.
Daar komt bij dat het wattage vaak wordt berekend als het aantal LEDs maal het nominale vermogen per LED, terwijl die LEDs in de praktijk niet op vol vermogen draaien. Een paneel van 1500 watt kan daardoor op gebruiksafstand minder licht leveren dan een goed gebouwd paneel van 1200 watt. In onze eigen reviews kwamen we ook een productvermelding tegen waarin het wattage niet overeenkwam met de specificaties op dezelfde pagina.
Het wattage is daarom hooguit een grove indicatie van de schaal van een paneel. Voor de vraag hoe lang een sessie duurt, is de lichtsterkte op gebruiksafstand het getal dat je zoekt.
Lichtsterkte: waarom de getallen zo uiteenlopen
Lichtsterkte, ook wel irradiantie genoemd, wordt uitgedrukt in milliwatt per vierkante centimeter. Het zegt hoeveel lichtenergie per seconde op een stukje huid valt. Hoe hoger, hoe sneller je een bepaalde dosis bereikt. Tot zover is het eenvoudig.
De verwarring begint bij het meten. Het eerste verschil is de afstand: een waarde op vijf centimeter is altijd veel hoger dan dezelfde meting op dertig centimeter, omdat het licht zich over een groter oppervlak verspreidt. Een getal zonder afstand erbij zegt dus niets.
Het tweede verschil is het meetinstrument. Een solarmeter is gemaakt voor zonlicht en vangt een breed spectrum op, inclusief licht buiten de therapeutische golflengten. Een spectrometer meet gericht per golflengte. Het verschil tussen beide loopt in de praktijk op tot een factor twee tot drie. Een fabrikant in onze vergelijking publiceert beide waarden voor hetzelfde paneel: meer dan 220 volgens de solarmeter, meer dan 82 volgens de spectrometer, allebei op vijftien centimeter.
Het derde verschil is de meetplek. Veel panelen zijn in het midden het sterkst en zwakker aan de randen. Wie alleen in het midden meet, krijgt een getal dat voor de rest van het paneel te rooskleurig is. Een eerlijke opgave vermeldt de afstand, het meetinstrument en bij voorkeur een gemiddelde over het hele oppervlak.
Waar moet je op letten?
✔️ 660 en 850 nm aanwezig, met een flink deel van de LEDs op die twee golflengten
✔️ Lichtsterkte met de afstand erbij, bij voorkeur op vijftien en op dertig centimeter
✔️ Vermeld meetinstrument: een spectrometerwaarde weegt zwaarder dan een solarmeterwaarde
✔️ Extra golflengten alleen als ze passen bij een klacht die je wilt aanpakken
✔️ Openbare testrapporten of een verklaring hoe de getallen tot stand kwamen
✔️ Flikkervrij bij dimmen, vooral als je het paneel voor je gezicht gebruikt
Van lichtsterkte naar dosis
Wat je huid werkelijk krijgt, heet de dosis, uitgedrukt in joule per vierkante centimeter. De berekening is eenvoudig: lichtsterkte in milliwatt per vierkante centimeter maal het aantal seconden, gedeeld door duizend. Bij 50 mW per cm2 en een sessie van tien minuten kom je zo op 30 joule per cm2.
Huidonderzoek werkt doorgaans met 3 tot 15 joule per vierkante centimeter per sessie, onderzoek naar spierweefsel met hogere waarden. Belangrijk is dat meer niet automatisch beter is. Een overzichtsstudie van Huang en Hamblin beschrijft dat lichttherapie een optimum kent: boven een bepaalde dosis vlakt het effect af of neemt het zelfs af. Wie dubbel zo lang voor het paneel zit, krijgt dus niet dubbel zoveel resultaat.
Dat maakt een eerlijke lichtsterkte praktisch belangrijk. Met een betrouwbaar getal kun je de sessieduur uitrekenen. Met een opgeblazen getal zit je te kort, en met helemaal geen getal val je terug op de algemene richtlijn van tien tot twintig minuten per zone.
EMF en flicker: wat ze wel en niet zeggen
EMF staat voor elektromagnetische velden. Elk apparaat dat op het stopcontact zit, wekt ze op, van een haardroger tot een koelkast. Het onderzoek van het RIVM naar huishoudelijke apparatuur laat zien dat de blootstelling bij de meeste apparaten onder de niveaus blijft die de Europese Unie aanbeveelt. Een rood licht paneel valt in dezelfde categorie.
Fabrikanten die een lage of zelfs nulwaarde voor EMF opgeven, spelen in op een zorg die bij sommige kopers leeft. Zo'n waarde is vooral informatief als erbij staat op welke afstand is gemeten. Het veld neemt snel af naarmate je verder van het apparaat zit, dus een meting op dertig centimeter zegt iets anders dan een meting tegen de behuizing aan.
Flicker is het snelle aan en uit gaan van LEDs, vaak het gevolg van de manier waarop een paneel dimt. De meeste mensen zien het niet, maar sommigen ervaren het als onrustig voor de ogen. Een paneel dat flikkervrij is, ook bij lagere standen, is daarom vooral een comfortpunt bij gebruik voor je gezicht.
Zo lees je een specificatieblad
Met de begrippen hierboven kun je een productpagina in een paar stappen doorlopen. Begin bij wat je wilt behandelen, niet bij het langste lijstje.
- Bepaal je doel: huid, spieren, of beide. Daarmee weet je of 660 nm, 850 nm of de combinatie telt.
- Kijk of 660 en 850 nm aanwezig zijn en zoek, als het wordt gepubliceerd, hoe de LEDs over de golflengten zijn verdeeld.
- Zoek de lichtsterkte op met afstand en meetinstrument erbij. Ontbreekt een van beide, behandel het getal dan als indicatie.
- Reken de sessieduur uit voor jouw afstand. Komt die boven een half uur per zone, dan is het paneel te zwak voor dat doel.
- Lees EMF- en flickerclaims als comfortinformatie en kijk of de meetafstand erbij staat.
Zo pakt het in de praktijk uit
- Wie een paneel met acht golflengten koopt voor alleen het gezicht, betaalt voor LEDs die het grootste deel van de sessie weinig toevoegen.
- Wie twee panelen vergelijkt die allebei honderd opgeven, kan ontdekken dat het ene op vijf en het andere op vijftien centimeter is gemeten.
- Wie een paneel zonder opgegeven lichtsterkte koopt, begint met vijftien minuten per zone en beoordeelt na acht weken of dat genoeg is.
- Wie de sessie verdubbelt omdat het effect uitblijft, loopt tegen het optimum aan in plaats van ervoorbij.
- Wie gevoelig is voor flikkerend licht, test het paneel op de laagste stand voordat de retourtermijn verloopt.
💬 Wie de twee getallen leert lezen, laat zich minder leiden door het langste lijstje of het hoogste getal, en koopt een paneel dat past bij wat het moet doen.
Ook interessant
Twee reviews waarin de meetvraag een rol speelt, het verschil met een klassieke warmtelamp, en de keuze tussen masker en paneel.
- Panacea ATP Pro 700 review: acht golflengten getoetst
- Vitalwave VT300 review: compact paneel voor gerichte zones
- Verschil tussen rood licht therapie en een infraroodlamp
- Beste LED-maskers voor thuis vergeleken
Verder lezen
Vergelijk de panelen of bekijk welke golflengte bij welke huidklacht hoort.
Veelgestelde vragen
Welke golflengte is het beste voor rood licht therapie?
Er is niet één beste golflengte, want het hangt af van wat je wilt behandelen. Rood licht rond 660 nm blijft grotendeels in de huid en is de best onderzochte golflengte voor huidtoepassingen zoals fijne lijntjes. Nabij-infrarood rond 850 nm dringt dieper door en is de standaard voor spieren en gewrichten. Omdat vrijwel elk paneel die twee combineert, is de praktische vraag meestal niet welke golflengte, maar hoeveel licht het paneel op die twee golflengten levert.
Zijn zeven golflengten beter dan twee?
Niet vanzelf. Een paneel heeft een vast aantal LEDs, dus elke extra golflengte gaat ten koste van de LEDs voor 660 en 850 nm, tenzij het totaal ook stijgt. Het onderzoek naar de meerwaarde van extra golflengten bovenop de basiscombinatie is bovendien beperkt. Voor een specifieke klacht kan een extra golflengte zinvol zijn, bijvoorbeeld 590 nm voor oppervlakkige roodheid. Voor algemeen gebruik is een sterke combinatie van twee golflengten vaak minstens zo effectief als een breed spectrum.
Waarom verschillen de opgegeven waarden in mW per cm2 zo sterk?
Omdat fabrikanten op verschillende afstanden en met verschillende apparatuur meten. Een waarde op vijf centimeter is altijd hoger dan op dertig. Een solarmeter vangt een breed spectrum op en komt vaak twee tot drie keer hoger uit dan een spectrometer, die gericht per golflengte meet. En wie alleen in het midden van het paneel meet, krijgt een hoger getal dan het gemiddelde over het oppervlak. Vergelijk daarom alleen waarden met dezelfde afstand en hetzelfde meetinstrument.
Hoeveel lichtsterkte heb ik nodig voor een sessie?
Dat reken je terug vanuit de dosis. Huidonderzoek werkt meestal met 3 tot 15 joule per vierkante centimeter per sessie. De dosis is lichtsterkte maal seconden, gedeeld door duizend. Bij een echte 50 mW per cm2 haal je in vijf minuten al 15 joule. Bij 20 mW per cm2 heb je voor dezelfde dosis twaalf en een halve minuut nodig. Meer dosis levert niet automatisch meer op, want onderzoek laat een optimum zien waarboven het effect afvlakt.
Is de EMF van een rood licht paneel een reden tot zorg?
Voor de meeste huishoudelijke apparaten blijft de blootstelling aan elektromagnetische velden onder de niveaus die de Europese Unie aanbeveelt, en een rood licht paneel is in dat opzicht een gewoon elektrisch apparaat. Een lage EMF-opgave van de fabrikant is vooral informatief als de meetafstand erbij staat, omdat het veld snel afneemt naarmate je verder weg zit. Wie er waarde aan hecht, kiest een paneel met een opgegeven waarde op gebruiksafstand.
