Laatst herzien op:
30 augustus 2026
Wordt een uitstaphulp voor de auto vergoed of kun je hem lenen?
Veel mensen vragen zich af of een uitstaphulp voor de auto onder de Wmo valt of dat je hem kunt lenen bij de thuiszorgwinkel. Het eerlijke antwoord is dat het meestal geen van beide is, en dat scheelt je een aanvraag die weken duurt en op niets uitloopt. De regelingen die er zijn, zijn gemaakt voor hulpmiddelen van honderden tot duizenden euro's, en een handgreep van vijftien tot dertig euro valt daar structureel onder. Op deze pagina lees je waarom de Wmo dit niet dekt, waarom de uitleen via je zorgverzekering hier niet voor bedoeld is, en in welke drie situaties het wel loont om ernaar te vragen voordat je zelf betaalt.

Door Ramon van Berkom
Het korte antwoord: meestal niet
Een uitstaphulp voor de auto wordt in de meeste gevallen niet vergoed en je kunt hem ook niet lenen bij de thuiszorgwinkel. Dat is geen prettig antwoord, maar het scheelt je wel een aanvraag van een paar weken die op niets uitloopt. De reden is simpel: de regelingen die er zijn, zijn gebouwd voor hulpmiddelen van honderden tot duizenden euro's, en een handgreep van vijftien tot dertig euro valt daar structureel onder.
Er zijn drie situaties waarin het wel loont om te vragen, en die staan verderop. Maar begin met de verwachting dat je dit product zelf betaalt, want dat is verreweg de meest voorkomende uitkomst.
Waarom deze vraag zo vaak wordt gesteld
Wie voor het eerst met een hulpmiddel te maken krijgt, komt in een wereld waarin bijna alles via een regeling loopt. Een rolstoel, een traplift, een scootmobiel, een douchestoel: daar is voor geregeld dat je het niet zelf hoeft te betalen. Het is dan logisch om te denken dat een autogreep in datzelfde rijtje thuishoort.
Daar komt bij dat de aanbieders van dit product de indruk versterken. Vrijwel elke webshop die een uitstaphulp verkoopt, is een zorgwinkel die daarnaast rollators en rolstoelen levert waar wel een vergoeding voor bestaat. Je koopt hetzelfde product in dezelfde winkel, maar de ene keer betaalt de verzekeraar en de andere keer jij. Dat verschil is niet zichtbaar in de webshop en dat maakt de verwarring begrijpelijk.
Er speelt nog iets. Wie een uitstaphulp zoekt, zoekt die meestal niet voor zichzelf alleen. Vaak is het een zoon of dochter die iets regelt voor een ouder, en die wil weten of er ergens hulp te krijgen is voordat er geld wordt uitgegeven. Dat is een verstandige vraag. Het antwoord is alleen minder ingewikkeld dan verwacht.
Hoe de twee routes werken
Er zijn in Nederland grofweg twee manieren waarop een hulpmiddel bij je terechtkomt zonder dat je het zelf koopt. De eerste is de Wet maatschappelijke ondersteuning, kortweg Wmo, die door je gemeente wordt uitgevoerd. De bedoeling van die wet is dat je zelfstandig kunt blijven wonen en je kunt verplaatsen. Eronder vallen een rolstoel, een scootmobiel, een woningaanpassing, vervoersvoorzieningen en aanpassingen aan je eigen auto.
Dat laatste klinkt veelbelovend, maar er zit een verschil tussen een aanpassing en een los hulpmiddel. Een aanpassing is iets dat aan de auto wordt gemonteerd, zoals een draaibare stoel, een verlengde stoelslede of een handbediening. Daar komt een adviseur voor langs, er wordt een offerte gemaakt en de gemeente beslist. Een greep die je in het slotoog klikt en weer meeneemt, is geen aanpassing aan de auto. Het is een los product dat je koopt zoals je een paraplu koopt.
De tweede route is de uitleen via je basisverzekering. Daarmee kun je bepaalde hulpmiddelen tot zesentwintig weken gratis lenen bij een thuiszorgwinkel die een contract heeft met jouw zorgverzekeraar, en daar heb je een medische indicatie voor nodig van bijvoorbeeld je huisarts of fysiotherapeut. Die route is bedoeld voor tijdelijke situaties: herstel na een operatie, een blessure, een revalidatieperiode.
Er is nog een derde route die minder bekend is en die bij dit product juist het meest oplevert: het UWV. Gebruik je de auto om te werken of om naar je werk te komen, dan valt een aanpassing onder werkvoorzieningen en is niet de gemeente maar het UWV de instantie. Ook daar geldt dat eerst wordt gekeken of er goedkopere oplossingen zijn, en ook daar moet je toestemming hebben voordat je iets aanschaft.
Wat alle drie de routes gemeen hebben is dat er naar de situatie wordt gekeken en niet naar het artikel. Je vraagt geen handgreep aan; je legt uit wat er misgaat bij het in- en uitstappen. De instantie bepaalt vervolgens welke oplossing daarbij past, en dat kan iets heel anders zijn dan waarmee je binnenkwam. Bij een blijvende beperking is een aangepaste stoel of een verlengde stoelslede vaak passender dan een greep, en dat zijn wel voorzieningen die onder een regeling vallen.
Hoe de Wmo precies werkt staat op de Rijksoverheid, en per situatie uitgewerkt op Regelhulp. Ga je een gesprek met de gemeente in, dan helpt de voorbereidingslijst van de Patientenfederatie om het overzichtelijk te houden.
Waar moet je op letten?
✓ Kost het product minder dan vijftig euro? Dan valt het vrijwel zeker buiten elke regeling.
✓ Is het een los product of een aanpassing aan de auto? Alleen aanpassingen komen in aanmerking.
✓ Is de situatie tijdelijk of blijvend? Uitleen is uitsluitend voor tijdelijk gebruik.
✓ Loopt er al een Wmo-traject voor iets anders? Noem de auto dan mee in het gesprek.
✓ Is er een ander aansprakelijk voor je situatie? Dan loopt het via een schadeverzekeraar.
✓ Gebruik je de auto voor je werk? Dan is het UWV de instantie en niet de gemeente.
Zo pak je het slim aan
Loopt er iets, of denk je dat er iets kan lopen, houd dan deze volgorde aan.
- Vraag het altijd voordat je koopt. Zowel de gemeente als het UWV vergoedt niets wat je vooraf zelf hebt aangeschaft, ook niet bij kleine bedragen.
- Zet je vraag breder dan het product. Vraag niet of een handgreep wordt vergoed, maar leg uit wat er misgaat bij het instappen. Dan kijkt de adviseur naar de oplossing en niet naar het artikel.
- Maak gebruik van een gesprek dat toch al plaatsvindt. Komt er een ergotherapeut of Wmo-consulent langs voor iets anders, noem de auto dan expliciet.
- Bewaar de bon als er letselschade in het spel is. Bij aansprakelijkheid van een ander worden ook kleine hulpmiddelen meegenomen.
- Vraag het advies apart aan. Een beoordeling door een ergotherapeut wordt in veel gevallen wel vergoed, terwijl het product dat niet wordt.
Wat kost het als je het zelf betaalt
De prijzen in dit segment lopen sterk uiteen, en dat maakt de rekensom eenvoudiger dan je zou denken. Onderin begint het bij ongeveer twaalf euro voor een merkloze insteekgreep. Rond de zestien tot negentien euro zit de grootste groep: multifunctionele grepen die daarnaast een gordelsnijder en een ruitenbreker bevatten. Wil je twee exemplaren, voor bestuurder en passagier, dan zit je rond de negentien euro voor een set.
Daarboven begint het merksegment. De originele Handybar kost ongeveer dertig euro, en bij zorgwebshops loopt dat op tot bijna drieendertig. Daar betaal je voor afwerking en voor een opgegeven draagvermogen van 158 kilo, niet voor extra functies. Bovenin, rond de zevenenzestig euro, vind je combinatiepakketten met een greep en een draaikussen samen.
Een ding om in de gaten te houden bij de goedkoopste modellen: die geven hun draagvermogen vaak niet op, of ze doen dat in ponden zonder omrekening. Weeg je zwaarder dan honderd kilo, kijk dan of er een concreet getal in kilo staat. Dat is bij dit type product het belangrijkste specificatieveld en het is precies het veld dat bij de merkloze varianten het vaakst ontbreekt.
Zet dat af tegen de moeite van een aanvraag. Een Wmo-traject duurt weken, vraagt een gesprek en levert bij dit soort bedragen een eigen bijdrage op die hoger uitvalt dan het product. Dat is precies waarom gemeenten dit type aanvraag niet in behandeling nemen.
Veelgemaakte fouten
De eerste en duurste fout is alvast kopen terwijl er een aanvraag loopt. Kosten die je maakt voordat er toestemming is, komen definitief voor eigen rekening. Dat geldt ook als het om twintig euro gaat en zelfs als de aanvraag uiteindelijk wordt toegekend.
De tweede is de vraag te smal stellen. Wie aan het Wmo-loket vraagt of een handgreep wordt vergoed, krijgt nee. Wie uitlegt dat uitstappen niet meer lukt, krijgt een gesprek over de oorzaak. Dat tweede levert vaker iets op, ook als het geen product is.
De derde is aannemen dat een zorgwinkel het regelt. Deze winkels verkopen zowel producten waarvoor uitleen bestaat als producten waarvoor dat niet zo is, en ze zeggen er niet altijd bij in welke categorie je aankoop valt. Vraag het expliciet.
De vierde is de veiligheidstaal geloven. Vrijwel elke aanbieder schrijft over het voorkomen van vallen en blessures, terwijl deze grepen op hun eigen productpagina als niet-medisch hulpmiddel staan geregistreerd. Ze geven steun, meer niet. Twijfel je of iemand je iets aanpraat, dan is de Consumentenbond een bruikbare tegenlezing.
De vijfde fout is de goedkoopste oplossing overslaan. Een deel van de mensen die een uitstaphulp koopt, blijkt achteraf genoeg te hebben aan de vaste handgreep die al boven het portier zit, of aan een iets hogere zitpositie in de stoel. Probeer dat eerst een week voordat je iets bestelt. Het kost niets en het scheelt je mogelijk de aanschaf.
Ervaringen
- Mensen die een losse greep bij de gemeente aanvroegen, kregen vrijwel altijd nul op het rekest, meestal met de toelichting dat het product als algemeen gebruikelijk wordt gezien.
- Wie de vraag meenam in een lopend gesprek over iets groters, kreeg vaker een bruikbaar advies dan een vergoeding, en noemde dat advies achteraf waardevoller dan het product.
- Bij letselschade werden kleine hulpmiddelen wel meegenomen, mits de bonnen bewaard waren.
- Een terugkerende opmerking: het gesprek met een ergotherapeut leverde vaak een andere oplossing op dan waarmee men binnenkwam, bijvoorbeeld een draaikussen of een andere zithoogte.
💬 Heb jij een uitstaphulp wel vergoed gekregen, of juist niet? Laat het ons weten via de contactpagina, dan verwerken we het in deze gids.
Wat je dan wel doet
De praktische route is dit product gewoon zelf kopen. Bij een bedrag van vijftien tot dertig euro is de tijd die een aanvraag kost meer waard dan de vergoeding die er niet komt, en je hebt het morgen in huis in plaats van over zes weken. Kies dan wel bewust: kijk naar het opgegeven draagvermogen, naar de vorm van je slotoog en naar de vraag of je een losse greep nodig hebt of twee exemplaren.
Belangrijker is de vraag die achter de aankoop zit. Merk je dat in- en uitstappen structureel moeilijker wordt, dan is een greep een pleister en geen oplossing. Een gesprek met de huisarts of een ergotherapeut levert vaak meer op: die kijkt naar de hoogte van de stoel, de zithouding, de kracht in je benen en of er iets aan te trainen valt. Een ergotherapeut mag ook adviseren over de auto zelf, en dat advies wordt in veel gevallen wel vergoed terwijl het product dat niet wordt.
En houd de derde mogelijkheid open: soms is het probleem niet het opstaan maar het draaien met de benen naar buiten. Dan helpt een greep maar half en is een draaikussen op de stoel de betere aankoop. Ook dat is een product dat je zelf betaalt, maar het lost een ander probleem op en het is zonde om daar pas achter te komen nadat je het verkeerde hebt gekocht.
Ook interessant
Beste uitstaphulp auto: tien handybars en handgrepen vergeleken
Verder lezen
Wat je met dat geld koopt en waar je op let, staat in onze vergelijking van uitstaphulpen voor de auto, met tien modellen van net onder de twaalf tot bijna zeventig euro.
Valt een uitstaphulp voor de auto onder de Wmo?
In de regel niet. De Wmo dekt aanpassingen aan de auto, zoals een draaibare stoel of een handbediening, en grote mobiliteitshulpmiddelen zoals een rolstoel of scootmobiel. Een losse handgreep die je in het slotoog klikt en weer meeneemt, is geen aanpassing aan het voertuig maar een los product. Daar komt bij dat de eigen bijdrage via het CAK bij een product van twintig euro al snel hoger uitvalt dan het product zelf, en dat is precies waarom gemeenten dit type aanvraag niet in behandeling nemen.
Kan ik een uitstaphulp lenen bij de thuiszorgwinkel?
Nee. Via de basisverzekering kun je bepaalde hulpmiddelen tot zesentwintig weken lenen, met een medische indicatie, maar een autogreep staat niet op die uitleenlijsten. Die bevatten krukken, rollators, looprekken, douchestoelen, toiletverhogers en rolstoelen. Bovendien is de uitleen bedoeld voor tijdelijk gebruik na een operatie of blessure, terwijl een uitstaphulp meestal voor een blijvende situatie wordt gekocht. Zelfs de eenvoudigste loophulpmiddelen vallen bij de meeste verzekeraars inmiddels buiten het basispakket.
Wanneer is het wel zinvol om vergoeding aan te vragen?
In drie gevallen. Als er al een breder Wmo-traject loopt en er een adviseur of ergotherapeut langskomt, noem de auto dan expliciet mee: een losse greep krijg je waarschijnlijk niet, maar het advies is gratis en vaak meer waard. Als je slechter ter been bent geworden door een ongeval waarvoor een ander aansprakelijk is, loopt het via de schadeverzekeraar en worden ook kleine hulpmiddelen meegenomen. En gebruik je de auto voor je werk, dan is het UWV de instantie en niet de gemeente.
Mag ik het product alvast kopen terwijl de aanvraag loopt?
Nee, en dat is een veelgemaakte fout. Zowel de gemeente als het UWV vergoedt geen kosten die je maakt voordat er toestemming is. Koop je vooraf, dan is dat definitief voor eigen rekening, ook als de aanvraag daarna wordt toegekend en ook als het om een klein bedrag gaat. Wacht dus op de beslissing. Loopt er niets en verwacht je ook geen traject, dan kun je gerust zelf kopen: er is dan niets te verliezen.
Wat doe ik als in- en uitstappen steeds moeilijker wordt?
Maak dan een afspraak met de huisarts of vraag om een ergotherapeut. Die kijkt naar de zithoogte, je houding, de kracht in je benen en of er iets aan te oefenen valt, en kan ook adviseren over de auto zelf. Dat advies wordt in veel gevallen wel vergoed terwijl het product dat niet wordt. Een handgreep geeft steun, maar hij lost een achterliggende oorzaak niet op en is geen valpreventie, hoe vaak aanbieders dat woord ook gebruiken.
